Een veel gestelde vraag is: "Hoe sluit ik de platenspeler aan op mijn pc?"
Platenspeler ? Versterker ? Computer
Deze vraag moet met een paar tegenvragen worden beantwoord:
Het opneem-element
Het meest vóórkomende type pick-up is de magneto-dynamische opnemer, aangeduid met de afkorting "MD".
Dit type opnemer geeft een zeer lage spanning van circa 2,5 milliVolt (mV) door aan de versterker. (2,5 milliVolt = 0,0025 Volt)
Ter vergelijking: een CD-speler heeft een uitgangspanning van circa 200 mV, 80 keer hoger!
De gevoeligheid van de analoge ingang van de pc-geluidskaart is ook circa 200 mV. De platenspeler kan hierdoor niet rechtstreeks worden aangesloten op de pc-geluidskaart.
Een ander obstakel is de frequentiekarakteristiek, de verhouding in sterkte van lage en hoge tonen.
De CD-speler, cassetterecorder en andere geluidsbronnen geven de lage en tonen even sterk door, een rechte frequentiekarakteristiek. De "moderne" grammofoonplaten van na 1950 zijn echter zodanig opgenomen dat de lage tonen zwakker zijn dan de hoge tonen.
Om de verzwakking van de lage tonen ongedaan te maken moeten de lage tonen meer worden versterkt dan de hoge tonen. Het frequentieverloop tussen lage en hoge tonen is gestandaardiseerd volgens de RIAA-curve. In de audioversterker wordt een correctie toegepast, zodat uiteindelijk weer een vlakke frequentiekarakteristiek ontstaat.
Als de stereo-installatie beschikt over een "PHONO" aansluiting is de RIAA-correctie ingebouwd. De platenspeler op deze versterker aansluiten is de meest voor de hand liggende oplossing.
Nu grammofoonplaten tot zeldzame verzamelobjecten gaan behoren, zijn de moderne stereo-installaties vaker níét dan wél voorzien van een PHONO-aansluiting. Om grammofoonplaten toch met het juiste signaalniveau en de goede frequentiecorrectie te kunnen weergeven moet worden overgegaan tot de aanschaf van een los voorversterkertje. In de elektronica-onderdelenhandel zijn zowel kant-en-klare voorsterkers als bouwpakketjes voor enkele tientjes te koop. Als een voorversterker wordt gebruikt kan de platenspeler direct op de geluidskaart van de pc worden aangesloten, of op de "TAPE IN" aansluiting van de stereo-installatie.

Een ouder type pick-up-element is het kristalelement. Dit element geeft voldoende spanning af om rechtstreeks op de geluidskaart van de computer aan te sluiten. Doordat het materiaal waarvan het element is gemaakt na enige jaren oplost door de inwerking van zuurstof en water, is de kans echter gering dat nog ergens een werkend element wordt aangetroffen.

Er bestaan met name in de high end hifi-techniek nog meer typen pick-up-elementen, maar deze zijn zo zeldzaam dat ze buiten beschouwing worden gelaten.

De pluggen
De aansluiting van platenspeler naar versterker is meestal uitgevoerd met één van deze typen pluggen:
5-polige DIN connector Cinch connector
5-polige DIN connector
Cinch of tulp connector
Welk type connector wordt gebruikt is afhankelijk van de aansluitingen achterop de versterker.

De plug van de platenspeler naar de versterker.
Welk draadje moet aan welk pennetje?
Stereosnoer
5-polige DIN connector
Cinch of tulp connector
Stereosnoer
pennen van de DIN plug
Alle verbindingen tussen platenspeler en versterker, maar ook van versterker naar pc worden gemaakt met "stereosnoer".
Dat is een 2-aderig snoer waarvan beide aders zijn omwikkeld met een afschermmantel van dunne koperdraadjes. Soms zijn die koperdraadjes in elkaar gevlochten, maar alleen om de binnenader gewikkeld kan ook.
Het totaal is weer omgeven met een plastic omhulsel.
Het aanpellen van zo'n dun kabeltje moet nauwkeurig gebeuren; als het koper van de binnenaders contact maakt met de afscherming ontstaat kortsluiting. Het resultaat is dan: geen signaal.
De draadjes van de afscherming worden in elkaar getwist tot een derde en vierde koperader.
De 5-polige DIN connector zoals deze hierboven is afgebeeld is gezien op de soldeerzijde van de plug.
De afscherming wordt gesoldeerd aan pen 2, het rechtse stereokanaal (vaak een rood draadje) aan pen 5, het linkse stereokanaal (vaak een witte draad) komt op pen 3.

Let bij het solderen op dat geen van die haardunne koperdraadjes een ander dan het bedoelde contact raakt.
Vergeet niet de trekontlasting te gebruiken.
Van de cinch of tulp connector zijn er twee nodig: één voor het rechtse en één voor het linkse kanaal.
Gebruik twee verschillende kleuren cinchpluggen. Achterop de versterker worden ook meestal twee kleuren gebruikt: rood voor rechts en wit voor links.
De signaaldraad (de binnen-ader) wordt op de middenpen gesoldeerd en de afschermmantel op het "huis" van de plug.
Meestal zitten aan de soldeerlip van het huis twee úítstekende lipjes. Vouw die met een tangetje om het geheel van het snoer, zodat een trekontlasting ontstaat. Daarmee wordt voorkomen dat de draadjes bij het minste of geringste afbreken.

Het snoer van de versterker naar de pc
Ook hiervoor wordt het afgeschermde stereosnoer gebruikt.
De aansluiting op de versterker is gemerkt met "TAPE OUT" of "LINE OUT" als cinch- of tulpconnectors worden gebruikt.
Bij 5-polige DIN-connectors zijn de in- en uitgang voor de bandrecorder gecombineerd; de aanduiding is meestal "TAPE", "REC", "TA / TB" of "O¯O".
Aansluitingen 5-polige DIN-connector De 5-polige DIN connector zoals deze hiernaast is afgebeeld is gezien op de soldeerzijde van de plug.
De afscherming wordt gesoldeerd aan pen 2, het rechtse stereokanaal (vaak een rood draadje) aan pen 4, het linkse stereokanaal (vaak een witte draad) komt op pen 1.
De aansluiting op de geluidskaart van de pc is meestal een 3,5 mm jack-plug. De aanduidingen op de pc zijn verre van gestandaardiseerd. Raadpleeg voor de aansluitingen van de geluidskaart de gebruikershandleiding.
De ingang van de geluidskaart is "LINE IN".
Geluidskaart Jackplug Aansluitingen jackplug
Mogelijke aansluitingen op de geluidskaart
3,5 mm jackplug

Enkele tips voor het solderen

Home

Pagina gewijzigd 11 maart 2001
© Radionics.demon.nl


Copyright
Niets uit deze pagina's mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de samensteller.